Sitemenu

dinsdag 9 augustus 2022
content-main-left

Nieuws

Vlaams minister Peeters vraagt EU aanpassing voorwaarden zoogkoeienpremie
Door de gevolgen van de blauwtong dreigen een aantal rundveehouders voor 2008 slechts in beperkte mate of zelfs niet van de zoogkoeienpremie te kunnen genieten. Vlaams minister Peeters vraagt daarom aan de EU-commissie om een tijdelijke aanpassing van de voorwaarden zoogkoeienpremie en de mogelijkheid om verhoogd voorschot uit te betalen.
Doordat de zoogkoeien, of de ter vervanging voorziene vaarzen, niet drachtig zijn geraakt of vroegtijdig hebben gekalfd, kan niet meer worden voldaan aan bepaalde voorwaarden voor de zoogkoeienpremie, zoals het beschikken over tenminste 60 procent (reeds gekalfde) zoogkoeien en het realiseren van een minimaal aantal kalvingen op het bedrijf. Niet enkel verliest men dan het recht op de premie, maar, doordat de premierechten niet voor 90 procent benut worden, kunnen die zelf blijvend verloren gaan.
Om de verhouding van maximaal 40 procent vaarzen en minimaal 60 procent zoogkoeien te respecteren zonder verlies aan premies, heeft de Vlaamse minister-president en landbouwminister Kris Peeters aan de Europese Commissie voorgesteld om een vaars die nog niet heeft gekalfd, toch vanaf 24 maanden als zoogkoe te mogen beschouwen. In normale omstandigheden hebben dergelijke dieren reeds gekalfd en zijn dus premiegerechtigd. Nu echter zijn ze weliswaar op het bedrijf aanwezig, maar ze hebben de veehouder geen opbrengst geleverd en hebben zelfs bijkomende kosten noodzakelijk gemaakt. Daarom ook zou het verlies van de premie extra hard aankomen.
De problemen die door het blauwtongvirus zijn veroorzaakt, hebben vele rundveebedrijven in ernstige financiële moeilijkheden gebracht. Daarom heeft de minister eveneens gevraagd om een afwijking te bekomen om het voorschotpercentage voor de zoogkoeienpremie te mogen optrekken naar 80 procent in plaats van de gebruikelijke 60 procent.

right