Sitemenu

maandag 17 mei 2021
content-main-left

Nieuws

Onderzoekers van Wageningen UR gaan studie doen naar verschillen tussen snijmaisrassen in eiwitopbrengst en stikstofbenutting.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het project PPS Ruwvoer, Bodem en Kringlooplandbouw.

Eiwit factor in rassenkeuze?

In het onderzoek zal onder andere worden bekeken hoe groot de verschillen in eiwitopbrengst zijn tussen rassen. Hierbij gaat het om een combinatie van verschillen in drogestofopbrengst en verschillen in eiwitgehalte. ‘Als de verschillen groot genoeg zijn is het interessant om hier in de praktijk rekening mee te houden bij de rassenkeuze’, denkt onderzoeker Jos Groten van Wageningen Plant Reseacrch. ‘Zo zou de keuze van een maisras ook bij kunnen dragen aan verhoging van het percentage eiwit van eigen land.’

Mais ook eiwitgewas

‘Mais wordt niet gezien als een eiwitgewas’, weet Groten. ‘Maar 17 ton droge stof per hectare met een eiwitpercentage van 8 procent komt overeen met de eiwitproductie van circa 8 ton droge stof gras. Dat is dus bijna 75 procent van de gemiddelde eiwitopbrengst van gras’, legt hij uit. ‘Dat is interessant genoeg om de verschillen in eiwitproductie tussen maisrassen te onderzoeken.’

Effect op uitspoeling stikstof

Verschillen in eiwitopbrengst hebben volgens de onderzoeker ook effect op het risico op uitspoeling van stikstof. ‘Als bij een gelijke bemesting het ene ras meer eiwit produceert dan het andere, is de stikstofopname uit de bodem groter en kan er minder stikstof uitspoelen’, legt hij uit. ‘De hoeveelheid stikstof die achterblijft in de bodem heeft gevolgen voor de teelt van een vanggewas. Ook dat zal in dit onderzoek worden meegenomen.’

De eiwitopbrengst van een hectare snijmais bedraagt 75% van de eiwitopbrengst van een hectare gras
De eiwitopbrengst van een hectare snijmais bedraagt 75% van de eiwitopbrengst van een hectare gras
right