Minister-president Kris Peeters, bevoegd voor landbouw, heeft een maatregel uitgevaardigd die inhoudt dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) onder bepaalde voorwaarden tot 80 procent waarborg verleent op overbruggingskredieten die afgesloten worden door jonge land- en tuinbouwers met liquiditeitsproblemen.
Het krediet, dat maximaal 70.000 euro bedraagt en een duur heeft van 3 jaar, dient voor de financiering van operationele kosten en heeft tot doel de continuïteit van het bedrijf te verzekeren. Het is gelijk aan het verschil tussen het bruto bedrijfsresultaat over een recente periode van één jaar van en dat van het voorgaande of drie voorgaande jaren. Het bruto bedrijfsresultaat is het verschil tussen de opbrengsten en de operationele kosten.
De waarborg wordt verleend wanneer voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor het verkrijgen van VLIF-steun en aan volgende cumulatieve voorwaarden:
- De aanvrager is een jonge land- of tuinbouwer.
- Het bruto bedrijfs-resultaat voor een recente periode van één jaar is minstens 25 % lager dan dat van het voorgaande of het gemiddelde van drie voorgaande.
- De land- of tuinbouwactiviteiten werden niet in belangrijke mate ingekrompen.
- Het bedrijf heeft een positief eigen vermogen.
- De bijkomende kredietlast kan in normale omstandigheden gedragen worden.
- De beroepsinkomsten uit niet-landbouwactiviteiten zijn lager dan 10.000 euro.
- De productierisico’s zijn ten laste van de jonge land- of tuinbouwer.
- De lopende kredieten zijn niet opgezegd door de bank.
Gedurende de looptijd van het krediet kan geen nieuwe VLIF-steun verkregen worden voor investeringen tenzij de financiering ervan de terugbetaling van het overbruggingskrediet niet in gevaar brengt. De aanvrager gaat de verbintenis aan het bedrijf nog minstens 3 jaar voort te exploiteren.
Heeft u nieuws dat voor de redactie interessant is? Laat het ons weten!
Laat een reactie achter