Op 10 januari 2009 heeft minister-president Kris Peeters op Agriflanders in Gent het eerste exemplaar van het Landbouwrapport 2008 (LARA) plechtig in ontvangst genomen.De landbouw in Vlaanderen behoudt haar sociaal-economische waarde, aldus het rapport.
De eindproductiewaarde van de totale verkoopsactieve Vlaamse land- en tuinbouwsector in 2007 wordt geraamd op 4,93 miljard euro of een stijging t.o.v. 2006 met 5,4% en bereikt hiermee de op één na hoogste waarde van de afgelopen 10 jaar. De eindproductiewaarde voor 2008 wordt voorlopig geraamd op 4,98 miljard euro, wat een status-quo betekent ten opzichte van 2007. De veeteelt in Vlaanderen is goed voor 58,1% van de agrarische eindproductiewaarde en wordt gevolgd door de tuinbouw (31,6%) en de akkerbouw (10,3%). Binnen de veeteelt is de varkenshouderij het belangrijkst (43%), gevolgd door zuivel (23%), rundvlees (20%), gevogelte (9%) en eieren (5%). De land- en tuinbouwsector telt in 2007 32.000 bedrijven. De afgelopen 10 jaar is het aantal bedrijven gedaald met gemiddeld 3,2% per jaar. Tegelijk treedt er een voortdurende schaalvergroting op. Ten opzichte van 1997 is de gemiddelde bedrijfsoppervlakte met 37% gegroeid tot 19,5 ha.
Het arbeids- en bedrijfsinkomen wordt berekend op basis van de boekhoudgegevens van een 700-tal Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven die deel uitmaken van het Landbouwmonitoringsnetwerk. Hieruit blijkt dat het familiaal arbeidsinkomen per familiale arbeidskracht in 2006 29.973 euro bedraagt voor de landbouwbedrijven. Een analyse van het bedrijfsinkomen van alle productierichtingen ten opzichte van het gemiddelde inkomen in de Vlaamse landbouw leert dat in 2006 de varkenshouderij de meest rendabele bedrijfstak was en de vleesveesector de minst rendabele.
Het volledige Landbouwrapport staat in elektronische vorm op de website www.vlaanderen.be/landbouw. Een gedrukte versie kan gratis aangevraagd worden via het bestelloket van de Vlaamse overheid.
Heeft u nieuws dat voor de redactie interessant is? Laat het ons weten!
Laat een reactie achter